“Hoe erg je ook gezondigd hebt, hoe erg je ook gestruikeld bent, hoe erg je ook valt, hoe ver je ook van God verwijderd bent, geef niet op. Je kunt nog steeds verlost worden.”
Dat zei Johnny Cash eens. Hij was één de invloedrijkste zangers ooit. Een makkelijk leven had hij niet. Hij worstelde bijvoorbeeld met verslaving aan drugs en alcohol. Maar telkens weer vond hij hoop in de genade van Christus.
In 1969 gaf hij een concert voor criminelen in de beruchte San Quentin-gevangenis. Hij kreeg er veel kritiek op. Ook de baas van zijn platenlabel maakte zich zorgen. Hij zei: “Jouw fans zijn gospelliefhebbers, Johnny. Het zijn christenen, en zij willen je niet horen zingen voor een stelletje moordenaars en verkrachters…” Johnny Cash zei toen: “Dan zijn het geen christenen.”